‘Het hoger onderwijs heeft systeemverandering nodig, geen verdere optimalisatie’.
Dit is de titel van de opiniebijdrage die we op 17 maart 2026 publiceerden in Science Guide.
17 maart 2026 | Het hoger onderwijs is georganiseerd voor een samenleving die niet meer bestaat, schrijven zes auteurs van verschillende hoger-onderwijsinstellingen. “In plaats van het systeem ter discussie te stellen, proberen we het echter te optimaliseren: sneller, efficiënter, beter meetbaar”, schrijven ze. “Daarmee blijft de wezenlijke vraag onbeantwoord: waartoe en voor wie leiden we eigenlijk op?”

Het hoger onderwijs is nog steeds georganiseerd volgens de logica van een voorspelbare industriële samenleving. Die samenleving bestaat echter niet meer. Jongeren groeien op in een complexe, dynamische en digitale wereld, terwijl het onderwijs vasthoudt aan een model dat draait om standaardisatie, selectie en rendement. Reeds in het voortgezet onderwijs worden leerlingen gesorteerd naar een ideaal van efficiëntie en meetbaarheid, en in het hoger onderwijs zet dat zich voort in een diplomalogica waarin studiepunten zwaarder wegen dan … lees verder
… professioneel-persoonlijke ontwikkeling.
Hoewel dit model lange tijd heeft gefunctioneerd, vertoont het fundament eronder inmiddels grote scheuren. Het welzijn van studenten staat onder druk, docenten ervaren structurele overbelasting, en het plezier in leren en werken neemt af. In plaats van het systeem ter discussie te stellen, proberen we het echter te optimaliseren: sneller, efficiënter, beter meetbaar. Daarmee blijft de wezenlijke vraag onbeantwoord: waartoe en voor wie leiden we eigenlijk op?
Onderwijs moet samenleving dienen
Het dominante onderwijsmodel reduceert studenten tot inzetbare arbeidskrachten voor een bestaande arbeidsmarkt. Wie niet past binnen dat tempo, profiel of toetsregime, raakt achterop of valt uit. Structurele tekortkomingen worden zo ervaren als individueel falen. Volgens cijfers van het RIVM en het Trimbos-instituut kampt intussen meer dan de helft van de studenten met emotionele uitputtingsklachten, en voelt zestig procent van hen zich eenzaam. Dat is geen randverschijnsel, maar een signaal dat het systeem tekortschiet. De gevolgen reiken voorbij het individu.
Het onderwijs moet niet in de eerste plaats het systeem of de arbeidsmarkt dienen, maar de samenleving —met de student als handelend burger daarin. Een vitale democratie vraagt om morele oordeelsvorming, kritisch denken en het vermogen om met verschillen om te gaan. Juist die kwaliteiten komen in het gedrang in een onderwijsstelsel waarin jongeren uit verschillende leefwerelden elkaar nauwelijks ontmoeten. Maatschappelijke transities, van duurzaamheid tot zorg, vragen om professionals die theorie en praktijk weten te verbinden. Zulke integratieve vermogens ontwikkelen zich niet vanzelf in verkokerde structuren.
De opdracht van onderwijs is helder
Op papier is de opdracht van het onderwijs helder. Zowel de WHW als de Wet Educatie en Beroepsonderwijs benoemen persoonlijke ontplooiing en maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef expliciet als kerndoelen. In een financieringssysteem dat primair stuurt op rendement zijn dat echter bijproducten geworden. Ontplooiing vergt tijd, reflectie en ontmoeting —precies de elementen die in een op efficiëntie gerichte onderwijslogica onder druk staan.
Talent is meer dan een individueel verdienmodel of een optelsom van meetbare prestaties. Het is het vermogen om betekenisvol bij te dragen aan de samenleving. Onderwijs dat talen serieus neemt, richt zich daarom niet alleen op kwalificatie, maar ook op zelfinzicht, moreel kompas en handelingsvermogen. Dat zijn geen softe bijzaken, maar voorwaarden voor verantwoordelijke participatie in een complexe wereld.
Normatieve keuze nodig
Gelukkig ontstaan tal van kleinschalige initiatieven waarin studenten níet worden gezien als object in bewerking, maar als uniek subject in ontwikkeling. In steden zoals Groningen, Apeldoorn, Arnhem, Deventer, Utrecht en Delft dragen studenten interdisciplinair bij aan een duurzame samenleving die tegelijkertijd hun leeromgeving vormt. Het ontwikkelen van creativiteit, probleemoplossend vermogen, samenwerking, kritisch denken en digitale vaardigheden bevordert niet alleen rationeel-cognitieve groei, maar ook brede persoonsvorming.
Deze onderstroom laat zien dat het anders kan. Er is geen verdere optimalisatie nodig, maar systemische verandering, waarin onderwijs mogelijk wordt dat variëteit organiseert en persoonsvorming als uitgangspunt neemt. Dat is geen technische ingreep, maar een normatieve keuze over de betekenis van onderwijs in onze tijd. Een open dialoog hierover tussen politiek, onderwijsbestuurders, docenten en studenten is urgenter dan ooit.
De vraag is niet of een fundamentele herziening wenselijk is, maar of we de moed hebben haar daadwerkelijk ruimte te geven.
Auteurs
Nitie Mardjan (Saxion), Petra Eikelboom (Viaa), Aldo van Duivenboden (Saxion), Erik Mooij (HU), Linette Bossen (TU Delft) en Marjolein van der Moolen (NHL Stenden) maken deel uit van het door OCW geïnitieerde Leernetwerk Brede Vaardigheden, waarin acht hogescholen en vijf universiteiten de toekomst van brede vaardigheden exploreren.
Bronnen
- Nuijen, J. et al. (2025). Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten hbo en wo 2025. RIVM en Trimbos-instituut Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hbo en wo 2025
- OECD (2022). PISA 2022 Creative Thinking Assessment. PISA 2022 Creative Thinking | OECD
- OECD (2019). OECD Learning Compass 2030. A series of concept notes. OECD_Learning_Compass_2030_Concept_Note_Series.pdf
- Rijksoverheid (2026). Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. wetten.nl – Regeling – Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek – BWBR0005682
- Rijksoverheid (2026). Wet educatie en beroepsonderwijs. wetten.nl – Regeling – Wet educatie en beroepsonderwijs – BWBR0007625
Lees het artikel op de website van ScienceGuide:

