Organizing PDL

In het onderwijs is het moeilijk om werkelijk talentgericht en persoonsgericht te werken, omdat het systeem sterk diploma-gedreven is. In alle onderwijssectoren – VO, MBO, HBO en WO – overheerst de neiging tot standaardisering. Dat is begrijpelijk: grote studentenaantallen en prikkels om opleidingen zo kort mogelijk te houden, sturen instellingen richting efficiëntie. Studenten willen hun studie snel afronden om kosten en schulden te beperken. Instellingen willen doorstroom bevorderen om uitgaven beheersbaar te houden. En de overheid verlangt zo veel mogelijk kwalificaties tegen zo laag mogelijke kosten.

Deze logica van efficiëntie werkt door in alle lagen van het systeem: bestuurders sturen op standaardisering, managers vertalen dit naar werkprocessen, docenten gaan ernaar handelen en studenten passen hun verwachtingen erop aan. Het resultaat is een systeem waarin het behalen van een diploma centraal staat, niet het ontwikkelen van unieke talenten, persoonlijk-professionele ontwikkeling of het vormgeven van betekenisvol leren.

Wat nodig is, is een systeemverandering

Meer lezen

We voelen wel dat het nu niet goed werkt: studentenwelzijn daalt, het werkplezier van docenten neemt af, en uitval en het aantal studie-switches blijft hoog. Fundamentele verbetering vraagt om een geheel andere zienswijze op onderwijs. En dat is een maatschappelijk vraagstuk: wat hebben we over voor onderwijs waarin het unieke individu zich voelt gezien en gewaardeerd? Wat nodig is, is een systemische verandering: niet alleen een transformatie binnen instellingen, maar een transitie van het gehele onderwijsveld.

The Berkana Two-Loops Theory model Bron: whistlercentre.ca

Gelukkig gebeurt er veel, meest van onderaf, door mensen die gewoon beginnen, die met energie anders gaan doen. Dat gebeurt op heel veel verschillende plekken in alle onderwijssectoren. En als die initiatieven maar blijven gebeuren, op al die plekken, vanuit een diepgevoelde behoefte van om vorm te geven aan onderwijs dat het echte leren faciliteert, dan komt er beweging. Die beweging is al gaande. Uit het model van Simons en Nijhof (Nyenrode University), dat zij ontwikkelden op basis van eigen onderzoek, blijkt dat tijd nodig is, waarin nieuwe praktijken ontstaan die uiteindelijk gaan wedijveren met de geinstitutionaliseerde gangbare praktijk. Op heel veel plekken wordt gevoeld dat verandering nodig is, zelfs dat deze urgent is (fase 1), maar ook op heel veel plekken wordt daarnaar gehandeld en zijn lokaal -weliswaar vaak kleinschalig- nieuwe praktijken ontwikkeld (fase 2) en her en der ontstaat concurrentie daarvan met staande praktijk.

Fasenmodel van systeemverandering (Simons en Nijhof, Nyenrode). Bron: consultancy.nl
  • In de fase van Inertie (1) ontstaat gevoelde urgentie voor verandering. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het geval van een crisis. Het oude lijkt niet meer te voldoen.
  • In de fase van Inceptie (2) worden lokaal alternatieven gezocht en ontwikkeld en wordt geleerd hoe het anders kan. Lineaire systemen worden ter discussie gesteld. In deze fase wordt het handelingsperspectief in kaart gebracht. Er wordt gezocht naar werkende principes. Handelen: praktijken genereren en onderzoeken, good practices identificeren, issues prioriteren.
  • In de fase van Competitie (3) ontstaat marktvorming: initiatieven concurreren met elkaar en met staande praktijk. Er wordt geleerd wat werkt. Lokaal -bij de voorlopers- vindt integratie plaats van de gevonden werkende principes. Bestaande werkwijzen en modellen krijgen concurrentie van het nieuwe. Handelen: good practice zichtbaar maken en mislukkingen onderzoeken.
  • In fase (4), Synergie & integratie bestaat het nieuwe naast het oude. Ook buiten de eigen eenheid of organisatie wordt het nieuwe onder de aandacht gebracht. Handelen: de agenda beinvloeden, bewijzen van werkzaamheid verzamelen, objectief blijven, potentiele impact voorstellen.
  • In de fase van Institutionalisering (5) ontstaat het nieuwe normaal, waaruit het oude verdwijnt. De nieuwe werkwijze wordt bestendigd. Handelen: overzicht creeren, beleid ter discussie stellen, impact volgen, nieuw ontstane issues identificeren.

Wij denken dat de belangrijkste systeemuitdaging voor alle onderwijssectoren is om te leren hoe variëteit kan worden georganiseerd. Dat hoeft wellicht niet duurder te zijn: studieuitval neemt af, welzijn neemt toe en ook docenten beleven plezier aan hun werk. Netwerken en organisaties ondersteunen deze systeemverandering. De Goldschmeding Foundation ondersteunt project-initiatieven met de programma’s ‘Menswaardige economie‘, ‘Toekomstbestendig werk‘ en ‘Inclusieve arbeidsmarkt‘. Our New Economy (ONE) is zo’n project dat zich nadrukkelijk richt op alle onderwijssectoren. Het Comenius Netwerk van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek ondersteunt onderwijsinnovaties in het MBO, HBO en WO.

Zie ook: Organising purpose driven learning | Hogeschool Saxion

Scroll naar boven